Worsteling naar het licht

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                Stichting enneagon

 

Tekst & illustratie: Stichting enneagon

 

Voorwoord

De titel "Worsteling naar het licht" geeft weer dat mijn leven niet altijd even gemakkelijk is geweest. Echter ik bleef volhouden met het vinden van  God.

De adempauzes die ik kreeg waren voldoende om door te gaan. Ik ben dankbaar dat Onze Lieve Heer er altijd was ook al voelde ik dat niet zo sterk tijdens mijn jonge jaren. Ik heb er veel van geleerd en mag  nu genieten van de schepping en het leven.

Mijn leven is onder te verdelen in verschillende periodes. Mijn gedichten zijn in chronologische volgorde weergegeven. Gedichten die niet zo'n duidelijke religieuze inslag hebben, heb ik er niet in opgenomen.

De eerste periode was het ontluikende besef dat Onze Lieve Heer er wel voor me was ook al vond ik dat ik dat niet verdiende.

Het schrijven gaf mij veel troost.

Daarna volgde een betrekkelijk rustige periode echter wel gedreven met het onderliggende gevoel van een liefdevolle Vader doch wel een hele strenge. Ik ging bijna iedere dag door weer en wind naar de kerk om genade af te smeken.

De volgende periode kenmerkt zich in een heel vertrouwelijke relatie tot God.

De laatste periode tot nu kreeg ik steeds meer vaste grond onder de voeten, het leed is geleden, het zich bevinden in een vredige toestand.

Naast het schrijven van gedichten kon ik me goed vinden met het schilderen van verschillende voorstellingen en onderwerpen. Wel met het idee er iets religieus in te leggen en de liefde weer te geven. Ik ga nog steeds door met gedichtjes schrijven en met beeldende kunst. Ik hoop dat tijdens het lezen de Alomvattende Liefde doorschemert.

 

Vrede,

in mijn gedachten is de vrede zoek.

Bezeten als ik ben door het waanidee van lijden.

Bezeten door het lijden met het oog op hoop.

Hoop dat iemand het gadeslaat.

Hoop dat door het lijden de goddelijke vonk

zal oplichten en mij verlost uit mijn dagelijkse

wanhoop en mij toegankelijk maakt

voor de liefde.

 

Heer geef deze nacht,

dat Gij lacht,

om hetgeen ontspruit,

uit mijn dwaas brein,

waardoor ik niet bij U kan zijn.

 

Iedere dag weer,

keer op keer,

denk ik terug,

en zeg te vlug,

de tijden van weleer,

bekoorden me meer.

Gij gaaft mij liefde,

ondanks dat ik U griefde.

 

Maar nu ben ik gebroken,

omdat ik te vroeg was ontloken.

Was er een weg terug,

ik wierp me in Uw armen vlug,

en kwam daar nooit meer vandaan,

zodat ik geen fouten meer zou kunnen begaan.

 

Er was eens een mens,

die had maar een wens,

liefde laten stromen,

in daden en in dromen.

Leer mij Hem kennen,

en in mijn leven brengen.

 

De maan glimlacht sereen. De sterrekes blinken.

En als je het hemelgewelf schouwt voel je je dankbaar

maar ook verdrietig. Ben ik uit niets ontstaan of

was er in het hemelgewelf een plekje voor mij

waar ik uit geroepen werd, waar ik werd gewekt.

Daar waar het licht liefde was. Ik werd geroepen.

Hou Je zoveel van mij dat Je me gewekt hebt.

Waarom moet ik strijd leveren, het was zo goed.

Of ben Je zoveel groter dan mij dat Je dacht

dat ik in mijn sterrebedje niet gelukkig zou zijn.

 

Ongeloof leidt tot de dood, als je geen geloof hebt

kun je het krijgen. Als je geloof hebt kun je het

verliezen. Als je in ongeloof zonder zonde leeft

dan is ongeloof, ongeloof in het falen van de liefde.

 

Ergens hoog in het heelal barst er iets van vreugde

uit het hemelrijk. Een cocon met evenveel vlinders

als wij sterren zien groeit uit tot een liefdesdans

en verlangt alles te geven wat liefde is.

 

Vrede,

met plezier leven.

Midden in het leven staan.

Vrijheid,

alleen met de Schepper,

allemaal samen.

 

De goddelijke vonk,

voel ik mijn hart bonk bonk.

Onbegrijpelijk niet te grijpen,

het is een drama elke keer,

als dat van mij henen gaat,

het is al wat bestaat.

 

Hartezeer en smart,

dat is mijn part.

O Heer laat mij toch niet weer,

in de kou dit keer.

Leid mij naar huis,

met Uw kruis,

en fluister onderweg in mijn oor,

Ik zal je niet verlaten hoor.

 

Ik wil dromen in het donker,

van waaruit het licht ontspruit.

Ik wil dromen van waaruit het licht ontspruit,

zonder dat het mij afstoot.

Ik wil dromen,

zonder dat het mij afstoot van de liefde.

 

Ik vind Je lief.

Mijn liefde is klein,

Jouw liefde is zo groot,

onbevattelijk voor mijn ziel en brein.

Dring tot mij door,

geef mij verhoor.

 

Kon ik maar

altijd van Je houden.

Maar ik ben Jou niet,

ik heb verdriet,

en hoop dat Je me ziet.

 

Jij wordt steeds mooier,

neem mee,

hen die in het donker zijn en

die steeds wanhopiger worden

 

Vertel me waarom dat ik leef.

Is het opdat ik geef?

Mijn sprieten tasten af,

om te ontsnappen aan mijn graf.

 

Je bent alles,

Je bent klein.

Heb Jij mijn ellende gezien,

heb Jij medelijden met de ellendeling misschien.

Als Jij alles bent,

heb Jij de ellendeling erkent.

 

Spaar mijn geest, geef me hoop.

Spaar mijn ogen, geef me trouw.

Spaar mijn oren, geef me rust.

Spaar mijn mond, geef me woorden.

Spaar mijn neus, geef me adem.

Spaar mijn geest, geef me vergeving.

Spaar mijn hart, geef me liefde.

Spaar mijn handen, geef me werk.

Spaar mijn huid, geef me warmte.

Spaar mijn lichaam, geef me kracht.

Spaar mijn geest, geef me dankbaarheid.

 

Ik zoek Je,

eerst was Je er vanzelfsprekend.

Ik verwachte dat je er altijd zou zijn,

het is al zolang geleden.

Wie ben Je nu? of ben Je er niet meer.

Zoek mij, mijn zoeken klopt misschien niet.

Maak mij zo zoals Gij mij aanvankelijk bedoeld hebt.

 

Geef me woorden in,

geef mijn leven zin.

Woorden van trouw.

Jouw zachte aanwezigheid.

Maak dat ik van Je hou.

 

Keer weer, accepteer me.

Laat me toch weten dat Je er bent.

Dat Je sterker bent dan mijn ontrouw,

eenzaamheid en onrust.

Dat er toch iets gebeurt

waardoor de vrede komt en blijft.

 

Ik wacht,

op Je avondstreling,

zacht en vol nieuwe dingen.

Als ik Je vermoed zie ik

Je ogen die me wiegend sussen,

steeds dieper.

 

Tel de stippen stippel uit,

de weg die ik vannacht moet gaan,

Jouw weg van licht naar licht

zodat ik Je spoor kan volgen.

 

Ik dank Je,

voor de mensen die om me geven

en de kansen die Jij me geeft om te leven.

Heb geduld met mij,

sta aan mijn zij.

Zonder Jou,

ben ik een verloren vrouw.

 

Laat me Je liefhebben.

Maak mij Jou deelgenoot van

Jouw helderheid die alles

tot een wonder maakt.

 

Het kaarsje brandt,

maak ons verwant.

Heel even nu en dan,

voel ik dat het kan.

 

Zo klein en zacht,

is dat Uw macht,

dat geeft ons kracht?

 

Als ik slapen ga,

o zo graag zou ik willen,

dat ma,

nog steeds mij een kruisje sla,

geeft ja.

 

Jouw stem zo teder zo beschermend

en zo wijs,

breek mijn ijs.

Geef niet op.

 

De liefde is als een zoete droom,

helder en schoon,

reinigend het troebele brein,

aanvaarding van het zijn.

 

Sterren gaan en komen,

in stromen.

Zij lichten voort ver vanwaar zij komen.

En als hunne licht dooft,

blijven zij schijnen

voor degeen die gelooft.

 

Ik wil Je schrijven,

en bij Je blijven.

Hopelijk ben ik op het goede pad,

maar zonder Jou heb ik niets goeds gehad.

En in het avondlijk uur dat ik Je zoek en

denk te vinden,

zou ik Je willen binden.

 

Wees mijn Vriend ten allen tijden,

kom mij toch verblijden.

Reik mij Uw zachte hand,

neem en voer mij weg van de rand.

Zegen en vervul Gij mij,

maak mijn gedachten vrij.

Blaas uit mijn ogen het zand,

vul ze met tranen,

en sta aan mijn kant.

 

Donkere wolken golven

en nemen een laatste restje licht mee.

Laat het lichten voor hen

die wanhopig zijn

en wieg ze tot leven.

 

Ik wil Je graag een hand geven,

samen met Je leven.

Maar ik te klein, Jij te groot,

daarom voel ik me zo bloot.

Kleed mij met rouw,

om te overwinnen de dood.

Geef me levend brood.

 

Als de onschuld zelve kwam Je in mijn leven,

Als Iemand die liefde wil geven.

Open sta Je voor de mensen om Je heen,

en helpt ze op de been.

Waar haal Je de kracht vandaan,

om al die ellende te weerstaan.

Angstig ben ik voor mezelf,

want als ik in mezelven delf,

zie ik het duister in mijzelf.

Weinig heb ik te geven,

ik heb zo'n moeite met het leven.

Soms ook wordt dat euvel me ontnomen,

en kan ik even bijkomen.

 

Wees een spiegel waarin ik Jouw liefde zie,

overal, glimlachend, allesomvattend,

Die naar me kijkt ook als ik niet kijk.

 

Ik vraag Je kom,

overstem het gegrom.

Zoals ik gewoon was je te vinden,

we waren vrinden.

Laat ons weer binden.

 

Waarom ben Je heen gegaan?

Ik wil Je verstaan.

Ik zoek in de mensen die om mij staan,

in de hoop Jou te verstaan.

Is dat de nieuwe weg die ik moet gaan?

 

Neem ik weer teveel,

maar onweerstaanbaar is Jouw deel.

Wonderlijke droom,

zonder schroom, heldere stroom.

Ligt de bedding nu bijna leeg,

een klein stroompje is nog alles waarvoor ik leef.

 

Een speurtocht naar Jou.

Op de vlucht gedreven,

om te hervinden het leven,

dat alleen Jij kan geven.

Soms denk ik dat ik Je gevonden heb,

in een mens, een sfeer, het zijn,

maar opeens ben ik weer alleen

en lijkt het allemaal nep.

 

Te zeggen wat je ziet,

zo teer dat zeggen kan ik het niet.

Ik vecht te geloven, het is echt,

maar wat is recht en wat is slecht.

 

Soorten rijm,

vormen van zijn,

woorden uit het niets geboren,

laat mij Uw liefde horen.

 

Ik zoek weer wat rijm,

om even bij U te zijn.

Om U te danken,

in woorden en klanken.

 

O God, U overal te vinden,

en aan ons te binden.

Is dat wat brutaal,

of begrijpt U het allemaal.

 

In liefde wil ik leven,

Heer waar is de tijd gebleven.

Bij U boven in het blauw,

alles waar ik van hou.

 

Heb vertrouwen in God,

Hij is ons lot.

Hij bestuurt het al,

verleden, heden

en wat zijn zal.

 

Alles komt goed,

de liefde is zoet.

In God's hand,

het beloofde land.

 

Och Heer als mijn oren hoorden,

al Uwe woorden.

Wat zal dat zijn,

zo reuze fijn.

Ook horen Uw woorden hier en nu,

allen die komen van U.

 

Heer ik kijk door de ruiten,

of ik U zie buiten.

Het is zo zacht en stil,

Weet dat ik U kennen wil.

 

O Heer U komt naar ons toe,

maar ik weet niet hoe.

Ik wacht en wacht,

totdat elke keer mijn ziel lacht.

 

Mag ik een kruisje maken,

de liefde in de harten raken.

In kleuren en stralen,

in hoogtes en dalen.

 

Het is wat stil,

het is wat grijs,

wat U wil,

dat is wijs.

 

Lieve Heer kom op bezoek,

Gij schildert het mooiste doek.

Het doek van het leven,

van liefde geven.

 

Zo groot zo machtig,

zo ontzettend krachtig.

Dank voor Uw liefde,

vergeet dat ik U griefde.

Wijs mij de weg,

dat ik U alles zeg.

 

Vul mij met leven,

zodat ik kan geven,

en ontvangen,

steeds meer naar U verlangen.

 

Geef mij blijvende kracht,

om steeds naar U toe te gaan.

Dat Gij zijt mijn hele bestaan.

 

Weg alle

verdriet en

leed,

omdat ik

alleen U nog weet.

 

Hallo bent U daar?

Is het waar?

Neem ik U gewaar?

O blijf toch komen,

in waken en dromen.

 

Daar ben ik weer Onze Lieve Heer,

ik blijf wachten,

dagen en nachten.

Ik verwacht U,

kom toch nu.

 

U die ellende tot liefde maakt,

U die mij ten diepste raakt.

Laat mij houden van U,

in eeuwigheid en vooral nu.

 

Ik snap niet hoe U het doet,

Gij geeft mij steeds nieuwe moed,

zodat ik zeggen kan,

U bent mijn Man.

 

Laat mij Uw liefde doorgeven,

zodat alles en allen leven.

Een seconde liefde is genoeg,

nooit te laat nooit te vroeg.

 

Dank,

dank dat ik met U verven mag,

betoverende lach.

Gij maakt mij blij,

blijf altijd aan mijn zij.

Dan zal ik gelukkig zijn,

Gij zo enorm,

en ik altijd te klein...

 

Hier een berichtje van mij,

dat Gij "liefde" zei.

Elke dag tot het eind van de tijd,

dat woord dat ons verblijdt,

tot in de eeuwen der eeuwen.

 

Ha, heb energie,

ra ra van wie!

Van Hem zelf,

die ik onder vragen bedelf,

om te zijn,

Zijn kinde klein.

 

Wie ben Jij?

Jij in mij.

een realiteit,

een droom die mij leidt.

Heb geen spijt.

 

O mijn God...

Ik hou van Jou!

Ik voel Je overal,

zo niet dan kom ik ten val.

Ik heb Je zo waanzinnig lief,

wees altijd mijn Hartendief.

En als ik Je niet gevoel,

ben Jij nog steeds mijn doel.

In mijn donkere tijden,

blijf mij leiden,

zodat ik me weer in Jou kan verblijden.

 

Ik alleen met Jou,

het is stil ik vertrouw.

De hele wereld is stil.

U is al wat ik wil.

 

Zachte liefde, zachte vrede,

Trooster van de rede.

Trooster van het hart,

Trooster van de smart.

 

Voel mijn hart,

voel mijn smart,

voel mijn stilte,

verdrijf mijn kilte,

neem mijn leven,

laat mij geven,

laat mij zijn,

verdrijf de pijn,

laat mij danken,

zingen in klanken.

 

Ben ik echt alleen,

ben ik van steen.

Is mijn leven leeg,

is er niets dat ik geef.

Is dit al?

Ach ik ben wat mal...

 

Weet ik iets?

Ik ben niets.

Waar vandaan,

waar te gaan.

Ben Jij er?

Is het nog ver?

 

Jij vliegt, Jij rent.

Jij bent.

Alles wat leeft,

alles wat beeft,

uit liefde ontstaan,

In Jou wil ik bestaan.

 

Ik weet niet wat ik doe,

ik ben het moe.

Wat nog meer,

vertel me Heer.

Is het niet genoeg geweest,

van U houd ik het meest.

 

Ben ik slecht?

Is het daarom dat ik vecht.

Eindig dit spel,

Jij wint wel.

Ben ik dan boos?

Wat is er loos.

 

Dromen en wensen,

voorbij de grenzen.

Zo boven zo beneden,

Zijn zijn in het heden.

Alles volmaakt,

in het hart geraakt.

 

Maagdelijk papier,

Jij bent hier.

Lang verwacht,

mijn liefde mijn kracht.

 

Voordat ik slapen ga,

ga ik even na,

de zegeningen van de dag.

En met een stille lach,

dank ik voordat ik mijn ogen sluiten mag.

 

Here U bent goed,

alles gaat zoals het moet.

Nimmer verlaat Gij de mens,

Uw liefde kent geen grens.

 

Het stille blazen,

vervluchtigt alle wazen.

Ik zie,

alles in drie.

De Heilige Geest vertelt,

voel wat ik je meld.

 

Het leven is een zegen,

het laat mij bewegen,

in ruimte en tijd,

zolang Gij bij mij zijt.

 

Zachtjes op mijn gezicht, de regen,

het groeizame leven,

Uw overdadige zegen.

Gij stemt blijde gemoed,

maakt alles goed,

het hart genezen doet.

 

Alles op deze prachtige aarde,

heeft zijn unieke waarde.

Hoe onmogelijk het ook lijkt,

van hier de hemel bereikt.

Dus buig ik diep,

voor Degeen die mij riep.

Die ik overal hoor,

daarom ga ik door.

 

De stilte diep in mij,

maakt me vrij.

Beschermd, onberoerd,

mijn hart teder ontroerd.

Vol dank,

de zoete wederklank,

Van al wat is, was, en komen zal,

genade van de Sterke bovenal.

 

In de stilte van het moment,

leef ik in blijmoedigheid,

een genadegave mij aangewend.

De stille kracht van al wat leeft,

stroomt,

de Schepper geeft.

Ontvouw je als een bloem,

het hartje naar de zon,

in de eeuwige weiden van groen.

 

Onze Lieve Heer laat je

nooit in de steek,

open je ogen,

je moet jezelf beloven,

er is altijd iets,

dat je bevrijdt uit het niets.

Doe er wat moeite voor,

er is altijd verhoor.

 

Ik leef.

Al wat ik geef,

is niet van mij,

echter van de Heer aan mij zij.

 

Op deze aardse dagen,

word ik op handen gedragen.

Kracht naar Kruis,

vrede in dit huis.

 

Iets, telkens weer,

geeft het leven elke keer,

op momenten onverwacht,

des Heren genadekracht.

 

Als ik nu ontwaak,

als ik niet slaap,

en mijn tijd maak,

met geopende ogen,

alle zegen komt van boven.

 

Als alles zwijgt,

de leegte in mij verblijft,

met geopende zintuigen,

ik zal mij nederbuigen.

 

De kern van mijn bestaan,

de weg te gaan,

die voor mij is bedoeld,

mijn hart dat voelt.

 

De adem van de aarde,

alles heeft zijn waarde.

De ziel in al wat bestaat,

en naar bestemming gaat.

 

Momenten zo teer,

de liefde van de Heer,

als de stralen van de zon,

uit de Eeuwige Liefdebron.

 

Het zachte zuchten van mijn ziel,

het stille draaien van het levenswiel,

brengt mij waar ik moet zijn,

als ik gelouterd ben en rein.

 

Het innerlijk licht,

toont het ware gezicht,

ontdaan van eigenwaan,

het in vrijheid bestaan.

 

Als ik in de diepte ga,

als ik bewust op eigen benen sta,

is er de aangename leegte,

ik zal vragen waarom ik leefde.

 

Als het licht schijnt in mijn ogen,

ben ik in de hemel boven,

verenigd tot een geheel,

in de kosmos het allerkleinste deel.

 

In een vredig gemoed,

smaakt het leven zoet,

als de zachte zuchten wind,

daar waar ik mijzelve vind.

 

Zoveel levende woorden omvat Gij,

ze overspoelen mij,

af en toe komen ze in mijn mond,

en vinden vaste grond.

 

Er ligt iets moois in het verschiet,

reeds aanwezig ik vergis me niet,

het vult mij met ingetogen vreugd,

mijn ziel begenadigd en verheugd.

 

Een reiziger in de tijd,

de horizon is wijd,

oneindig het hemelgewelf,

de thuiskomst in het zelf.

 

De opening om door te gaan

even blijf ik staan,

de vrijheid tegemoet,

wat mij plots bewegen doet.

 

Als alles samen komt,

als de tijd verstomt,

zie dan zonder angst,

liefde duurt het langst.

 

Het krachtveld van het gebed,

de Heer die op je let,

leid je door het leven,

in innigheid verweven.

 

Niet te bevatten met de rede,

de verhoring van mijn bede,

een fragment van goud,

de Heer die me behoudt.

 

De werkelijkheid is dat de zon altijd schijnt,

dat jijzelf niet verdwijnt,

nu is het moment,

dat je de Heer kent.

 

Als ik echt mijzelf ben voel ik me verweven,

en draag ik het leven,

dankzij Uw altijd aanwezige zegen.

 

Langzaam voelt mijn hele hebben en houden als dons,

jawel hoor het Koninkrijk God's is in ons,

bevrijd je van alle belemmeringen,

ik zou de hele dag wel kunnen zingen.

 

Het zijn in zacht gemoed,

er is niets wat mij deren doet,

ik ben onder Zijn hoede,

en in mijn werkelijkheid is alleen het goede.

 

De zwaarte vervaagd,

de liefde is gedaagd,

een glimlach om het verleden,

vreugde in het heden.

 

Alles is goed,

alles is God,

in wezen.

 

Gelukkig leven,

want het is maar voor even,

met God aan je zijde,

laat je je door Hem leiden.

 

In alle rust,

ben ik mij bewust,

van de schoonheid van het al,

de onverdiende genade bovenal.

 

Als ik naar binnen keer,

dan is het er weer,

dat plekje van totale vrede,

de vervulling van mijn bede.

 

Zo mooi zo wonderbaar,

alles helder en klaar,

als je ogen geopend zijn,

is de stap naar Hem toe klein.

 

 

 www.enneagon.nl